Je komt voor het eerst in Wenen en natuurlijk wil je de Stephansdom zien. Je loopt over de Graben naar de Hofburg, bezoekt Schloss Schönbrunn en waarschijnlijk staat ook het Belvedere ergens op je lijstje. Tussendoor drink je koffie met een stuk taart en ’s avonds hoort daar eigenlijk minstens één keer een Wiener Schnitzel bij. Daar is helemaal niets mis mee. Sterker nog, wie voor het eerst in Wenen is en Schönbrunn overslaat omdat het er ’te toeristisch’ zou zijn, mist wat ons betreft juist een belangrijk stuk van de stad.
Toch ontstaat er bij veel bezoekers na een paar dagen een merkwaardig beeld van Wenen. Ze hebben de belangrijkste bezienswaardigheden gezien, honderden foto’s gemaakt en kunnen thuis keurig vertellen dat ze in Wenen zijn geweest. Maar hebben ze Wenen ook een beetje leren kennen?
Dat is iets anders. Wenen is een stad met bijna twee miljoen inwoners en het dagelijks leven speelt zich echt niet alleen af tussen de Stephansdom, Hofburg en Schloss Schönbrunn. Juist wanneer je af en toe van het bekende programma afwijkt, ontdek je waarom wij Wenen na al die bezoeken nog steeds interessant vinden.
Je hoeft niet overal voor in de rij te staan
Café Central is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. Het is een prachtig koffiehuis met een bijzondere geschiedenis en als je er graag een keer naar binnen wilt, moet je dat vooral doen. Alleen blijven wij ons verbazen over bezoekers die tijdens een stedentrip van twee of drie dagen een flink deel van hun ochtend in de rij staan om er koffie te kunnen drinken.
Niet omdat Café Central die aandacht niet verdient, maar omdat je in Wenen bent. Dit is een stad waar de koffiehuiscultuur zo diep in het dagelijks leven zit dat er honderden alternatieven zijn. Soms is het veel leuker om een Kaffeehaus binnen te lopen waarvan je de naam vijf minuten eerder nog niet kende en te kijken waar je terechtkomt.
Hetzelfde verschijnsel zie je bij restaurants. Zoek op internet naar de beste Wiener Schnitzel van Wenen en een handvol namen komt steeds opnieuw voorbij. Vervolgens reserveren bezoekers weken van tevoren een tafel omdat ze bang zijn anders niet de ‘juiste’ schnitzel te hebben gegeten. Wij schrijven zelf natuurlijk ook over restaurants die we goed vinden, maar met bijna twee miljoen inwoners durven we niet te beweren dat ergens definitief de beste schnitzel van Wenen op tafel komt.
Misschien hoeft tijdens een stedentrip ook niet iedere koffie, taart of maaltijd de beste van de hele stad te zijn. Een goed bord eten in een Beisl waar je toevallig langsloopt, kan uiteindelijk een veel leukere herinnering opleveren dan het adres dat volgens Google bovenaan je lijstje hoorde te staan.
Kijk ook eens naar het Wenen dat niet op iedere ansichtkaart staat
Bij musea gebeurt ongeveer hetzelfde. Het Belvedere, de Albertina en het Kunsthistorisches Museum zijn beroemd en daar zijn goede redenen voor. Wie De Kus van Gustav Klimt wil zien, moet nu eenmaal naar het Belvedere. Maar het zou jammer zijn om te denken dat daarmee het interessante museumaanbod van Wenen ophoudt.
Midden in de stad ligt bijvoorbeeld de Heidi Horten Collection, een museum voor moderne en hedendaagse kunst dat veel bezoekers tijdens hun wandeling door het centrum ongemerkt voorbijlopen. Juist dat maakt het voor ons interessant om te noemen. Niet als ‘geheime tip die alleen locals kennen’ – van dat soort claims krijgen we inmiddels een beetje jeuk – maar als voorbeeld van hoeveel er in Wenen te vinden is wanneer je niet automatisch dezelfde museumlijst volgt als iedereen.
Nog veel opvallender is Spittelau. Wie daar voor het eerst langsrijdt, kan zich gemakkelijk afvragen wat dat merkwaardige gebouw met zijn felle vlakken, onregelmatige vormen en enorme gouden bol eigenlijk is. Een museum? Een experimenteel appartementencomplex? Een kunstproject?
Het antwoord is een stuk minder romantisch: het is een vuilverbrandingsinstallatie.
Na een grote brand in de jaren tachtig werd de installatie opnieuw opgebouwd en kreeg Friedensreich Hundertwasser de opdracht om het uiterlijk ervan vorm te geven. Het resultaat is de Müllverbrennungsanlage Spittelau, tegenwoordig een van de opvallendste industriële gebouwen van Wenen. Veel bezoekers kennen het Hundertwasserhaus, maar realiseren zich niet dat zijn ideeën over architectuur en natuur ook terugkomen in een installatie waar het afval van de stad wordt verwerkt en warmte wordt geproduceerd.
Dat vinden wij nu typisch zo’n plek die Wenen interessant maakt. Niet omdat je er per se een halve dag voor moet vrijmaken, maar omdat achter iets ogenschijnlijk alledaags ineens een heel verhaal over architectuur, energie en de stad schuilgaat.
Zelfs de begraafplaats hoort bij het verhaal van Wenen
Een andere plek die wat ons betreft veel meer aandacht verdient, ligt behoorlijk ver buiten de klassieke toeristische route: het Wiener Zentralfriedhof. Een begraafplaats klinkt misschien niet direct als het hoogtepunt van een stedentrip, maar wie er eenmaal rondloopt, begrijpt snel waarom we hem toch regelmatig aanraden.
Het terrein is enorm en voelt op sommige plekken eerder als een park dan als een begraafplaats. Je vindt er monumentale lanen, bijzondere grafkunst en de indrukwekkende Friedhofskirche zum heiligen Karl Borromäus. Daarnaast liggen er bekende componisten als Beethoven, Schubert, Brahms en Johann Strauss en vind je er het graf van Falco.
Maar het Zentralfriedhof is vooral interessant omdat je er de geschiedenis van Wenen op een andere manier tegenkomt. De verschillende religieuze afdelingen, eregraven en monumenten vertellen iets over de mensen die de stad hebben gevormd en over de verschillende bevolkingsgroepen die er hebben geleefd. Je kunt er gemakkelijk uren rondlopen zonder het gevoel te hebben dat je een toeristische attractie aan het afwerken bent.
Dat is misschien ook waarom we deze plek interessanter vinden voor dit verhaal dan het zoveelste ‘onbekende uitzichtpunt’. Het Zentralfriedhof is geen alternatief voor Schönbrunn of de Hofburg. Het laat simpelweg een totaal andere kant van dezelfde stad zien.
Wenen houdt niet op bij het eerste Bezirk
Ook buiten de binnenstad wordt het snel interessanter zodra je een concrete reden hebt om ergens uit te stappen. ‘Ga eens naar een buitenwijk en loop wat rond’ klinkt leuk, maar daar heb je als bezoeker weinig aan.
Neem Ottakring. Rond de Brunnenmarkt en Yppenplatz kom je in een deel van Wenen terecht dat weinig overeenkomsten heeft met de straten rond de Graben. De markt, kleine winkels, cafés en de verschillende keukens die je er tegenkomt laten het veel internationalere Wenen zien dat in de historische binnenstad nauwelijks zichtbaar is.
Aan de andere kant van de stad heb je weer een compleet andere ervaring. In Döbling en op de Nussberg liggen wijngaarden binnen de stadsgrenzen. Je kunt er wandelen tussen de wijnranken, over de stad uitkijken en daarna bij een heuriger aanschuiven voor een glas Weense wijn. Dat je dit allemaal kunt doen zonder Wenen daadwerkelijk te verlaten, blijft bijzonder voor een hoofdstad van deze omvang.
En dan zijn er wijken als Neubau en Josefstadt, waar het helemaal niet nodig is om één specifieke bezienswaardigheid als doel te hebben. Daar zit de aantrekkingskracht juist in kleinere winkels, horeca, oude woonstraten en het verschil met de monumentale binnenstad. Maar zelfs daar zouden we niet adviseren om naartoe te gaan omdat een reisblog heeft geschreven dat je er ‘het echte Wenen’ vindt. Er wonen gewoon mensen. Dat is misschien precies het punt.
Misschien plannen we onze stedentrips tegenwoordig gewoon te goed
Het probleem is uiteindelijk niet dat bezoekers naar de verkeerde plekken gaan. Het zit eerder in de manier waarop we tegenwoordig reizen. Voor vertrek hebben we Google Maps volgezet met opgeslagen locaties, restaurantreserveringen gemaakt, museumtickets gekocht en precies uitgerekend hoeveel tijd we voor iedere bezienswaardigheid nodig hebben.
Schönbrunn om negen uur, daarna naar de Naschmarkt, vervolgens de Hofburg, om half drie koffie, om vier uur het museum in en om zeven uur staat de schnitzel gereserveerd. Aan het einde van de dag vertelt je telefoon trots dat je 24.000 stappen hebt gezet en kun je bijna alles van je lijstje afvinken.
Maar de vraag is of dat uiteindelijk de momenten zijn die je onthoudt.
Wij herinneren ons van reizen vaak juist de dingen die niet gepland waren. Een café waar je naar binnen ging omdat het begon te regenen. Een gesprek dat langer duurde dan verwacht, een straat waar je toevallig terechtkwam of een restaurant dat je koos omdat je simpelweg geen zin meer had om verder te zoeken.
Daarom zouden we Wenen ook nooit helemaal proberen te plannen. Ga vooral naar Schönbrunn, de Hofburg en de Stephansdom. Bekijk Klimt als je daarvan houdt en ga gerust bij Café Central naar binnen als dat iets is wat je altijd al hebt willen doen. Maar laat ergens in die planning ook een paar uur vrij.
Pak een tram en blijf een paar haltes langer zitten. Ga kijken waarom er in Spittelau in vredesnaam een gouden bol boven een vuilverbrandingsinstallatie staat. Wandel over het Zentralfriedhof, kies eens een museum omdat de tentoonstelling je aanspreekt in plaats van omdat het in iedere top tien staat, of ga op de Nussberg tussen de wijnranken zitten terwijl de stad beneden je ligt.
Tijd verspillen in Wenen is geen verspilde tijd.
Misschien zit daar uiteindelijk het verschil tussen in Wenen geweest zijn en Wenen een beetje leren kennen. Voor het eerste heb je vooral een lijst met bezienswaardigheden nodig. Voor het tweede moet je af en toe bereid zijn die lijst in je zak te stoppen.
En waarschijnlijk nog een keer terugkomen.