Zentralfriedhof Wenen

Alles wat je moet weten over de beroemdste begraafplaats van Oostenrijk

Wie aan een stedentrip naar Wenen denkt, ziet waarschijnlijk als eerste paleizen, koffiehuizen en de Stephansdom voor zich. Toch behoort ook het Zentralfriedhof tot de bijzonderste bezienswaardigheden van de Oostenrijkse hoofdstad. Dat klinkt misschien verrassend – een begraafplaats staat immers niet bij iedereen bovenaan het verlanglijstje – maar het Zentralfriedhof is veel meer dan een plek waar mensen worden begraven.

Met een oppervlakte van bijna 2,5 vierkante kilometer en meer dan drie miljoen overledenen is het een van de grootste begraafplaatsen van Europa. Je vindt er imposante lanen, indrukwekkende grafmonumenten, een prachtige Jugendstilkerk, uitgestrekte groene delen en de laatste rustplaats van talloze beroemde Oostenrijkers. Van componisten als Beethoven, Brahms en Johann Strauss tot popicoon Falco; op weinig plekken komt de geschiedenis van Wenen zo tastbaar tot leven.

Een bezoek aan het Zentralfriedhof laat bovendien een heel andere kant van Wenen zien. De stad heeft al eeuwenlang een bijzondere relatie met de dood. Respect en traditie gaan hier hand in hand met een flinke dosis zwarte humor. Dat merk je niet alleen tijdens een wandeling over de begraafplaats, maar ook in de opvallende souvenirwinkel waar doodshoofden, mokken en T-shirts laten zien dat een beetje Wiener Schmäh zelfs hier nooit ver weg is.

In deze gids lees je alles wat je moet weten voor een bezoek aan het Zentralfriedhof. We leggen uit hoe je er komt, welke bezienswaardigheden je niet mag missen, welke beroemde personen hier begraven liggen en welke voorzieningen er aanwezig zijn. Zo haal je het maximale uit een bezoek aan een plek die misschien niet op iedere toeristische bucketlist staat, maar daar wat ons betreft absoluut op thuishoort.

Waarom het Zentralfriedhof zo bijzonder is

Zentralfriedhof in Wenen

Het Zentralfriedhof werd in 1874 geopend, nadat de bestaande begraafplaatsen in Wenen de groei van de stad niet langer konden bijhouden. Destijds lag de nieuwe begraafplaats ver buiten de bebouwde kom en veel inwoners van Wenen waren allesbehalve enthousiast. De afstand was groot en de gedachte dat vrijwel iedereen voortaan op dezelfde centrale begraafplaats zou worden begraven, viel niet bij iedereen in goede aarde.

Ruim anderhalve eeuw later is daar weinig meer van te merken. De stad is inmiddels om het Zentralfriedhof heen gegroeid en de begraafplaats is uitgegroeid tot een van de bekendste bezienswaardigheden van Wenen. Jaarlijks trekken honderdduizenden bezoekers naar deze bijzondere plek, niet alleen om een graf te bezoeken, maar ook vanwege de architectuur, de geschiedenis en de indrukwekkende eregraven.

Het terrein beslaat bijna 2,5 vierkante kilometer. Om een idee te geven van de omvang: je kunt hier zonder moeite enkele uren wandelen en zelfs dan heb je nog lang niet alles gezien. Er liggen meer dan drie miljoen mensen begraven, terwijl Wenen zelf ongeveer twee miljoen inwoners telt. Met een knipoog wordt daarom weleens gezegd dat het Zentralfriedhof meer “bewoners” heeft dan de stad zelf.

Wat het Zentralfriedhof extra bijzonder maakt, is de enorme diversiteit. Je vindt er katholieke, protestantse, orthodoxe, joodse, islamitische en boeddhistische grafvelden, militaire erevelden en monumenten voor slachtoffers van oorlogen. Daarnaast liggen hier talloze kunstenaars, wetenschappers, politici en componisten begraven die een belangrijke rol hebben gespeeld in de Oostenrijkse geschiedenis.

Ondanks de indrukwekkende grafmonumenten voelt het Zentralfriedhof verrassend groen en levendig. Met zijn eeuwenoude bomen, brede lanen en uitgestrekte grasvelden is het uitgegroeid tot een belangrijk natuurgebied binnen de stad. Vogelaars komen hier graag vanwege de grote variatie aan vogelsoorten, maar ook eekhoorns laten zich regelmatig zien. Wie vroeg uit de veren is of juist aan het einde van de middag een bezoek brengt, heeft bovendien een goede kans om reeën of zelfs herten tussen de grafmonumenten te zien lopen. Het zijn beelden die je misschien niet direct verwacht op een begraafplaats, maar die het Zentralfriedhof juist zo bijzonder maken.

Hoe kom je bij het Zentralfriedhof?

Het Zentralfriedhof ligt in het zuidoosten van Wenen, in het 11e district (Simmering). Vanuit het historische centrum ben je er met het openbaar vervoer in ongeveer 25 tot 30 minuten. Dankzij de goede verbindingen is de begraafplaats prima te bezoeken tijdens een stedentrip, zeker als je een halve dag wilt uittrekken om alles op je gemak te bekijken.

Met de tram

De meest gebruikte route is met tramlijn 71. Deze tram vertrekt onder andere vanaf Schwarzenbergplatz en stopt direct voor Tor 2, de hoofdingang van het Zentralfriedhof. Vanaf hier loop je in enkele minuten naar de eregraven, de Karl-Borromäuskirche en het bezoekerscentrum.

Tramlijn 71 is overigens niet zomaar een tram. De inwoners van Wenen gebruiken de uitdrukking “Er fährt mit dem 71er” (“Hij neemt de 71”), als een luchtige manier om te zeggen dat iemand was overleden. Het is een typisch voorbeeld van de bekende Weense zwarte humor: zelfs een rit naar de begraafplaats kreeg een knipoog mee.

Met de S-Bahn

Ook met de trein is het Zentralfriedhof eenvoudig bereikbaar. Station Wien Zentralfriedhof ligt aan de westzijde van de begraafplaats en wordt bediend door verschillende S-Bahnlijnen. Afhankelijk van welk deel van de begraafplaats je wilt bezoeken, kan dit een handig alternatief zijn.

Met de auto

KHet Zentralfriedhof is goed bereikbaar met de auto. Bij de verschillende ingangen, waaronder Tor 2, zijn parkeerplaatsen aanwezig.

Houd er wel rekening mee dat deze parkeerplaatsen binnen de Weense Kurzparkzone liggen. Van maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 22.00 uur geldt een maximale parkeerduur van twee uur en moet je parkeergeld betalen. Je kunt hiervoor een parkeerticket gebruiken of parkeren via de Handyparken-app.

In de avonduren, in het weekend en op feestdagen parkeer je gratis en zonder tijdslimiet.

Ben je van plan meerdere uren over het Zentralfriedhof te wandelen, de kerk te bezoeken of een kijkje te nemen in het Bestattungsmuseum, dan is het openbaar vervoer vaak een praktischere keuze. Met tramlijn 71 sta je namelijk vrijwel voor de hoofdingang.

Welke ingang kun je het beste kiezen?

Met meerdere toegangspoorten is het handig om vooraf te weten waar je moet zijn. Voor de meeste bezoekers is Tor 2 zonder twijfel de beste keuze.

Hier vind je:

  • de indrukwekkende hoofdingang;
  • het bezoekerscentrum;
  • de souvenirwinkel;
  • de Karl-Borromäuskirche;
  • de beroemde eregraven;
  • het begin van de belangrijkste wandelroutes.

Wil je vooral het oude Joodse gedeelte bezoeken of een specifiek graf zoeken, dan kan een andere ingang praktischer zijn. Voor een eerste kennismaking met het Zentralfriedhof is Tor 2 echter veruit de meest logische keuze.

Hoeveel tijd heb je nodig?

Veel bezoekers onderschatten de omvang van het Zentralfriedhof. Even snel “een rondje lopen” zit er eigenlijk niet in. Alleen al de hoofdlaan is honderden meters lang en tussen de verschillende grafvelden liggen grote afstanden.

Reken daarom op:

  • 1,5 tot 2 uur als je alleen de belangrijkste hoogtepunten wilt zien;
  • 3 tot 4 uur als je ook de kerk, het museum, de verschillende grafvelden en de souvenirwinkel wilt bezoeken;
  • een halve dag wanneer je graag fotografeert of rustig wilt rondwandelen.

Ben je slecht ter been of heb je weinig tijd, dan is er goed nieuws. Over het terrein rijdt een speciale bezoekersbus die stopt bij de belangrijkste bezienswaardigheden. Zo kun je ook de verder gelegen delen van de begraafplaats eenvoudig bereiken.

Wat is er te zien op het Zentralfriedhof?

Het Zentralfriedhof is zo groot dat je onmogelijk alles tijdens één bezoek kunt bekijken. Gelukkig liggen de belangrijkste bezienswaardigheden grotendeels op loopafstand van elkaar, vooral rondom de imposante hoofdingang bij Tor 2.

Dit zijn de hoogtepunten die je zeker niet mag missen:

De eregraven (Ehrengräber)

Het bekendste deel van het Zentralfriedhof zijn de Ehrengräber, de eregraven van Oostenrijkse kunstenaars, componisten, wetenschappers en politici. Hier wandel je letterlijk langs de geschiedenis van Oostenrijk.

Je vindt er onder meer de graven van Johannes Brahms, Franz Schubert, Johann Strauss, Arnold Schönberg en Udo Jürgens. Ook het monument voor Ludwig van Beethoven trekt dagelijks veel bezoekers.

De eregraven zijn overzichtelijk aangelegd en eenvoudig te bereiken. Zelfs als je weinig tijd hebt, mag je dit gedeelte eigenlijk niet overslaan.

Het graf van Falco

Zentralfriedhof in Wenen het graf van Falco

Misschien wel het populairste graf op het Zentralfriedhof is dat van Falco, de Oostenrijkse popster achter wereldhits als Rock Me Amadeus en Jeanny.

Hoewel veel bezoekers denken dat Falco tussen Beethoven, Brahms en Johann Strauss ligt, is dat niet het geval. Zijn laatste rustplaats bevindt zich niet bij de klassieke eregraven rond Tor 2, maar in Groep 40, grafnummer 64, vlak bij Tor 3. Vanaf deze ingang is het graf in ongeveer vijf minuten te voet bereikbaar. Vanaf Tor 2 is het ongeveer 25 minuten lopen.

Zijn graf is eenvoudig te herkennen aan de opvallende grafsteen met een hoge obelisk en een glazen monument met een portret van de zanger. Vrijwel altijd liggen er bloemen, kaarsen, foto’s en persoonlijke boodschappen van fans uit de hele wereld. Daarmee behoort het tot de meest bezochte graven van het Zentralfriedhof.

Falco overleed op 6 februari 1998 bij een verkeersongeval in de Dominicaanse Republiek. Enkele dagen later werd hij onder grote publieke belangstelling in Wenen begraven. Nog altijd komen fans hier naartoe om stil te staan bij de man die met Rock Me Amadeus als enige Duitstalige artiest ooit de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard Hot 100 bereikte.

De Karl-Borromäuskirche

Zentralfriedhof in Wenen - De Karl-Borromäuskirche

Midden op de begraafplaats staat de indrukwekkende Karl-Borromäuskirche, een van de mooiste Jugendstilkerken van Wenen. De opvallende blauwgroene koepel is al van grote afstand zichtbaar en vormt het architectonische middelpunt van het Zentralfriedhof.

Niet alleen de buitenkant is indrukwekkend. Ook het interieur, de glas-in-loodramen en de mozaïeken zijn een bezoek meer dan waard. De kerk vormt bovendien een prachtig decor voor fotografie.

Het oude Joodse gedeelte

Een heel andere sfeer vind je in het oude Joodse gedeelte van het Zentralfriedhof. Hier staan veel historische grafmonumenten die langzaam door de natuur zijn overgenomen. Juist daardoor heeft dit deel van de begraafplaats een bijzondere uitstraling.

De verweerde grafstenen vertellen het verhaal van een gemeenschap die eeuwenlang onderdeel uitmaakte van Wenen en maken dit tot een van de meest indrukwekkende delen van het terrein.

Monumenten en gedenkplaatsen

Verspreid over het Zentralfriedhof vind je tientallen monumenten en herdenkingsplaatsen. Ze herinneren aan oorlogsslachtoffers, bekende Oostenrijkers en belangrijke gebeurtenissen uit de geschiedenis van de stad.

Juist doordat je tijdens een wandeling steeds weer iets nieuws ontdekt, voelt geen bezoek aan het Zentralfriedhof hetzelfde.

Beroemde graven op het Zentralfriedhof

Het Zentralfriedhof is de laatste rustplaats van honderden bekende Oostenrijkers. Vooral de eregraven (Ehrengräber) trekken veel bezoekers. Hier liggen componisten, schrijvers, wetenschappers, politici en artiesten die een belangrijke bijdrage hebben geleverd aan de Oostenrijkse geschiedenis en cultuur.

De meeste eregraven bevinden zich rondom de Karl-Borromäuskirche en zijn eenvoudig te voet bereikbaar vanaf Tor 2.

Ludwig van Beethoven (1770-1827)

Hoewel Beethoven in het huidige Duitsland werd geboren, bracht hij een groot deel van zijn leven door in Wenen. Hier componeerde hij enkele van de beroemdste werken uit de klassieke muziek, waaronder de Negende Symfonie en de Mondscheinsonate.

Zijn graf behoort tot de meest bezochte plekken op het Zentralfriedhof en is vrijwel altijd voorzien van bloemen.

Johannes Brahms (1833-1897)

Ook componist Johannes Brahms kreeg een eregraf op het Zentralfriedhof. Hij woonde tientallen jaren in Wenen en groeide uit tot een van de belangrijkste componisten van de romantiek.

Zijn graf ligt op korte afstand van dat van Beethoven en maakt deel uit van het bekende componistenkwartier.

Franz Schubert (1797-1828)

Franz Schubert werd geboren in Wenen en wordt beschouwd als een van de grootste Oostenrijkse componisten. Zijn oorspronkelijke graf bevond zich op de Währinger Ortsfriedhof, maar werd later samen met dat van Beethoven overgebracht naar het Zentralfriedhof.

Johann Strauss II (1825-1899)

Geen componist is zo verbonden met Wenen als Johann Strauss II. Zijn wereldberoemde An der schönen blauen Donau klinkt nog altijd ieder jaar tijdens het Nieuwjaarsconcert van de Wiener Philharmoniker.

Zijn graf behoort dan ook tot de populairste eregraven op het Zentralfriedhof.

Udo Jürgens (1934-2014)

Ook de Oostenrijkse zanger, pianist en componist Udo Jürgens kreeg een eregraf op het Zentralfriedhof. Met nummers als Griechischer Wein en Ich war noch niemals in New York groeide hij uit tot een van de succesvolste Duitstalige artiesten aller tijden.

Falco (1957-1998)

Falco is zonder twijfel een van de populairste personen op het Zentralfriedhof. Opvallend genoeg ligt hij niet tussen de eregraven rondom de Karl-Borromäuskirche, maar op een regulier grafveld bij Tor 3 (Groep 40, graf 64).

En Mozart?

Veel bezoekers gaan op zoek naar het graf van Wolfgang Amadeus Mozart, maar zullen dat op het Zentralfriedhof niet vinden.

Mozart werd in 1791 begraven op de St. Marxer Friedhof, waar tegenwoordig een monument zijn vermoedelijke rustplaats markeert. Op het Zentralfriedhof staat wel een indrukwekkend gedenkteken voor Mozart tussen de andere grote componisten, waardoor veel bezoekers ten onrechte denken dat hij hier begraven ligt.

Nog veel meer bekende namen

Naast deze beroemde Oostenrijkers liggen op het Zentralfriedhof nog honderden andere bekende personen begraven. Tijdens een wandeling kom je onder meer de graven tegen van architecten, kunstenaars, wetenschappers, burgemeesters, politici en acteurs. Juist daardoor voelt een bezoek aan het Zentralfriedhof soms als een wandeling door de geschiedenis van Oostenrijk.

Het Bestattungsmuseum: misschien wel het meest bijzondere museum van Wenen

Wie denkt dat een museum over begraven en uitvaarten saai of somber is, heeft het mis. Het Bestattungsmuseum (Begrafenismuseum) laat juist zien waarom Wenen wereldwijd bekendstaat om zijn bijzondere omgang met de dood.

Het museum bevindt zich direct bij Tor 2, naast de hoofdingang van het Zentralfriedhof. Dankzij de compacte opzet is het prima te combineren met een wandeling over de begraafplaats.

Binnen ontdek je hoe de Weense uitvaartcultuur zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld. Je ziet historische lijkkoetsen, oude begrafenisattributen, rouwkleding en bijzondere voorwerpen die tegenwoordig bijna onvoorstelbaar lijken. Ook wordt uitgelegd hoe uitgebreide begrafenissen ooit een belangrijk onderdeel waren van het sociale leven in Wenen.

Een van de leukste onderdelen van het museum is de aandacht voor de typisch Weense Schmäh. Waar de dood in veel landen een onderwerp is waar liever niet over wordt gesproken, weten de Weners er al generaties lang humor aan toe te voegen. Niet uit gebrek aan respect, maar juist omdat de dood wordt gezien als iets dat onlosmakelijk bij het leven hoort.

Daardoor is het Bestattungsmuseum veel meer dan een verzameling oude voorwerpen. Het vertelt het verhaal van een stad waarin traditie, geschiedenis en een flinke dosis zelfspot hand in hand gaan.

Heb je na je bezoek nog vragen over de Weense doodscultuur? Dan is de kans groot dat je die beantwoord ziet in de museumwinkel. Die staat namelijk vol met bijzondere souvenirs die je waarschijnlijk nergens anders ter wereld zult tegenkomen.

De souvenirwinkel: typisch Weense zwarte humor

Misschien wel de meest onverwachte bezienswaardigheid van het Zentralfriedhof is de souvenirwinkel bij Tor 2. Waar je op de meeste begraafplaatsen bloemen, kaarsen en grafdecoratie verwacht, vind je hier een winkel vol cadeaus en souvenirs met een opvallend zwart randje.

Zo worden er mokken, T-shirts, ansichtkaarten, koelkastmagneten, paraplu’s, sleutelhangers en zelfs sokken verkocht met doodshoofden, skeletten en humoristische teksten. Een van de bekendste slogans is “Der Tod muss ein Wiener sein” (“De dood moet wel een Wener zijn”), een beroemde uitspraak uit een Weens lied die perfect laat zien hoe de inwoners van de stad naar de dood kijken.

Misschien klinkt dat wat vreemd, maar voor Weners is deze vorm van zwarte humor heel normaal. De dood is er geen taboe, maar maakt al eeuwenlang deel uit van het dagelijks leven en de cultuur. Juist door er af en toe met een knipoog naar te kijken, wordt het zware onderwerp iets lichter gemaakt. Dat zie je niet alleen terug in de winkel, maar ook in het Bestattungsmuseum en zelfs in de Weense volksmuziek en literatuur.

Juist daarom is een bezoek aan de winkel veel meer dan een grappige tussenstop. Het is een verrassend inkijkje in de manier waarop Wenen met leven én dood omgaat.

Onze tip

Ook als je niets wilt kopen, is het de moeite waard om even binnen te lopen. Grote kans dat je een paar keer moet glimlachen om de originele souvenirs en de creatieve woordspelingen. En eerlijk is eerlijk: hoeveel mensen kunnen na afloop van hun stedentrip zeggen dat ze een koelkastmagneet van een begraafplaats hebben meegenomen?

Hoe kom je bij het Zentralfriedhof in Wenen?

Met de tram: tramlijn 71 vertrekt onder andere vanaf Schwarzenbergplatz en stopt direct voor Tor 2, de hoofdingang. Met de S-Bahn: station Wien Zentralfriedhof ligt aan de westzijde van de begraafplaats. Met de auto: er zijn parkeerplaatsen bij de verschillende ingangen. Let op: maandag t/m vrijdag tussen 09:00 en 22:00 uur geldt een maximale parkeerduur van twee uur (betaald parkeren). ’s Avonds, in het weekend en op feestdagen is parkeren gratis.

Welke ingang is het beste voor het Zentralfriedhof?

Voor de meeste bezoekers is Tor 2 de beste keuze. Hier vind je de hoofdingang, het bezoekerscentrum, de souvenirwinkel, de Karl-Borromäuskirche, de beroemde eregraven en het begin van de belangrijkste wandelroutes. Wil je het oude Joodse gedeelte bezoeken, dan kan een andere ingang praktischer zijn.

Hoeveel tijd heb je nodig voor een bezoek aan het Zentralfriedhof?

Reken op 1,5 tot 2 uur als je alleen de belangrijkste hoogtepunten wilt zien. Voor een bezoek inclusief de kerk, het Bestattungsmuseum, de grafvelden en de souvenirwinkel heb je 3 tot 4 uur nodig. Wie graag fotografeert of rustig wil rondwandelen, doet er goed aan een halve dag uit te trekken. Er rijdt ook een speciale bezoekersbus over het terrein die stopt bij de belangrijkste bezienswaardigheden.

Ligt Mozart begraven op het Zentralfriedhof?

Nee, Mozart ligt niet begraven op het Zentralfriedhof. Hij werd in 1791 begraven op de St. Marxer Friedhof in Wenen, waar tegenwoordig een monument zijn vermoedelijke rustplaats markeert. Op het Zentralfriedhof staat wel een gedenkteken voor Mozart, naast de andere grote componisten.

Waar ligt het graf van Falco op het Zentralfriedhof?

Het graf van Falco bevindt zich niet bij de klassieke eregraven rond Tor 2, maar in Groep 40, grafnummer 64, vlak bij Tor 3. Vanaf Tor 3 is het graf in ongeveer vijf minuten te voet bereikbaar. Vanaf Tor 2 is het ongeveer 25 minuten lopen. Het graf is herkenbaar aan een hoge obelisk en een glazen monument met een portret van de zanger.

Nieuwsbrief

Gratis tips voor je stedentrip naar Wenen

meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief met tips, aanbiedingen, wandelroutes door Wenen.

We sturen je geen spam! Lees ons privacybeleid voor meer informatie.

  NU: Stedentrip Wenen incl. vlucht vanaf € 218 Bekijk de AANBIEDING